Eigen wil vanuit Keuzevrijheid
De persoonlijkheid van de mens heeft het voorrecht dat deze mens uit eigen wil mag kiezen om zich met de Werkelijkheid te identificeren. Elk mens heeft keuze vrijheid. Wanneer dit een echte, vrije keuze is, dan moet de persoonlijkheid in evolutie en ontwikkeling, ook de keuze kunnen maken om zich zelf in verwarring te brengen, zichzelf te ontwrichten en zichzelf te vernietigen.
De mogelijkheid van Kosmische Zelf-vernietiging vanuit de Eerste Straals Energie is niet te vermijden en geldt voor elk Wezen. Als de evoluerende persoonlijkheid van de mens in ontwikkeling waarlijk vrij moet zijn in het uitoefenen van zijn eindige wil, dan is de mogelijkheid om (een deel van) de persoonlijkheid te vernietigen, niet te vermijden voor de mens. Namelijk de opklimmende, evoluerende mens in ontwikkeling zal eerst zich Zelf moeten vernietigen. Deze mens zal eerst moeten sterven in het vergankelijke, in de denkgeest van de persoonlijkheid, om vervolgens te worden geboren in het Onvergankelijke, in het Leven Zelf en vanuit zich Zelf een nieuwe persoonlijkheid te vormen gedragen door een Morontia lichaam.
In het leven van de mens als opklimmende sterveling, als schepsel gaan er voortdurend wegen van verschillend gedrag open en dicht, en in de perioden wanneer er keuze mogelijk is, beslist de menselijke persoonlijkheid voortdurend tussen deze vele wegen. De wereldlijke vergankelijke wil staat in verbinding met de tijd, en moet zijn tijd afwachten om de gelegenheid te vinden zich uit te drukken.
Geestelijke Onvergankelijke Wil
De Geestelijke Onvergankelijke Wil van het Geheel, van God is reeds begonnen de bevrijding uit de ketenen van de tijd te maken, omdat deze mens gedeeltelijk heeft weten te ontsnappen aan de loop van de tijd, doordat de Geestelijke Wil zich kenmerkt door Zelfidentificatie met de Wil van God.
Imitatie van God is de sleutel tot Volmaaktheid
Het doen van Zijn Wil is het geheim van de overleving en van de Volmaaktheid in de overleving. Zulk een keuze van de mens betekent geen uitlevering van de eigen wil. Het is een Heiliging van de wil, een uitbreiding van de eigen wil, een verheerlijking van de wil, een vervolmaking van de wil. Dit kiezen verheft de wil van de mens als schepsel dan ook van het niveau van zijn tijdelijk, vergankelijk belang, tot die hogere staat waar de persoonlijkheid van de Geschapen Zoon Geestelijke Gemeenschap heeft met de Persoonlijkheid van de Geest-Vader, met God.
Het doen van de Wil van God is niets meer of minder, dan dat de mens bereidwilligheid is en bereidheid toont zijn innerlijk leven met God te delen. Het is delen met diezelfde God, die tevens zo’n leven van innerlijke betekeniswaarde voor de mens mogelijk heeft gemaakt.
Delen is Godgelijk : het is Goddelijk
God deelt Alles met de Eeuwige Zoon en met de Oneindige Geest (Zijn Oneindige Dochter), terwijl Dezen op hun beurt alle dingen delen met hun Goddelijke Zonen en hun Geest-Dochters in de Universa.
Opklimmende stervelingen leven in God, en dus heeft God ook gewild om in stervelingen te leven. Zoals mensen zich aan Hem toevertrouwen, zo heeft Hij – als eerste – een deel van Zich Zelf als Zijn Persoonlijkheid aan mensen toevertrouwd om bij de mensen te zijn : de Gedachtenrichter. Hij heeft goed gevonden om in mensen te leven en bij elk mens in te wonen in ondergeschiktheid nederig aan de menselijke wil.
Vrede in dit leven, overleving in de dood, volmaaktheid in het volgende leven, dienstbaarheid in de Eeuwigheid : dit alles wordt nu in de Geest verworven wanneer de persoonlijkheid van de mens goed vindt, verkiest, om de eigen wil ondergeschikt te maken aan de Wil van de Vader. God, de Vader heeft reeds verkozen om een fragment van Zich Zelf, de Gedachtenrichter ondergeschikt te maken aan de wil van de persoonlijkheid van de mens als schepsel.
Dit verkiezen van de Wil van de Vader is het Geestelijk ontdekken van de Geest-Vader door de sterfelijke mens, ook al moeten er eeuwen verstrijken voordat de geschapen zoon daadwerkelijk in de feitelijke tegenwoordigheid van God op het Paradijs zal kunnen staan. Dit kiezen bestaat niet zozeer in de loochening van de wil van het schepsel ‘Niet mijn wil, maar uw wil geschiede’ als wel in de positieve bevestiging door het schepsel, ‘Het is mijn wil dat Uw Wil geschiede.’
Heilige Keuze : mijn wil dat Uw Wil geschiede
Indien deze keuze wordt gemaakt, zal de God-kiezende zoon vroeg of laat de innerlijke Verbintenis, de fusie, vinden met het inwonende Gods-fragment, de Gedachtenrichter, terwijl deze Volmaakt wordende Zoon de Allerhoogste persoonlijkheidsbevrediging zal vinden in de eerbiedige Gemeenschap tussen de persoonlijkheid van de mens en de Persoonlijkheid van zijn Maker : God de Allerhoogste. De twee persoonlijkheden wier creatieve eigenschappen zich voor Eeuwig hebben vereend in een zelf-gewilde wederkerigheid van uitdrukking : de geboorte van een nieuw Eeuwig Partnerschap van de wil van een mens met de Wil van God.
Wanneer het schepsel zich onderwerpt aan de Wil van de Schepper, is dit geen verzinken of afstand doen van zijn eigen persoonlijkheid : de individuele persoonlijkheidsdeelnemers in de actualisering van de eindige God verliezen hun eigen Zelfheid niet door aldus te functioneren vanuit Zijn Wil.
Deze persoonlijkheden breiden zich veeleer in toenemende mate uit door deel te nemen in dit grote Godheidsavontuur. Door een dergelijke vereniging met Goddelijkheid verheft, verrijkt en vergeestelijkt de mens zijn evoluerende Zelf en brengt hij het tot Eenheid, totdat het op de drempel der Allerhoogste Macht Zelve staat als evenbeeld God de Allerhoogste.
Dan zit de mens recht tegen over God, Zijn eigen Gedachtenrichter. Dan wordt de mens opnieuw geboren en tegelijkertijd wordt God in de mens geboren. Het Hoogste Verlangen van zo wel de mens als van God.
Wat is jouw keuze?