Zin van de Wereld

De Schepper en de Schepping

De Zin van deze oppervlakkige vergankelijke wereld van vorm, energie-materie, tegenstellingen en veelheid, is het Heiligen van deze wereld van de tweeheid (2) en het weer tot Eenheid (1) brengen van Datgene dat bij de Schepping tweeheid (2) moe(s)t worden. De Schepping houdt immers in het ophouden van de Eenheid (1) en het ontstaan van een tweeheid (2) : de Schepper en de Schepping.

Er is altijd maar Eén Eenheid met Alles

Deze tweeheid (2) tegenover de Eenheid (1) is een principieel ander iets. Het verschil tussen het getal 2 en de andere getallen is slechts gradueel. Echter het verschil tussen de getallen en de 1 is een principieel iets. Het getal 1 kent namelijk geen andere getallen, anders zou het niet een 1 zijn. De 1, de Eenheid, omvat Alles en er bestaat niets dat ter vergelijking kan dienen, want dan zou het iets van buiten de Eenheid, de 1, zijn en zou er dus al een tweeheid zijn.

Doel en weg van de tweeheid (2)

Dit terugbrengen van de tweeheid (2) naar de Eenheid (1) is de weg van deze tweede wereld. Het is de levensweg die de mens bewandeld in de tweeheid (2) om tot Eenheid (1) te komen, tot God te komen, zodat de Eenheid, God in de mens geboren kan worden. Al dit is een onderdeel van de Schepping.

In de eerste wereld was het afgaan van de tweeheid (2) van haar Oorsprong : de 1. Het einde van de eerste wereld was een verloren Zijn. In de tweede wereld begon de verzameling van het verlorene, dat wat is weggedreven van de Eenheid, en de samensmelting van het verlorene tot een Eenheid. Daarom kan de mens deze tweede wereld niet begrijpen, indien de mens niet weet dat er voordien iets anders was, de eerste wereld. Alles wat wij als mens hier zien is een vervolg in tweeheid uitgedrukt in de vorm en niets kan verklaard worden uit dit vervolg van vorm alleen.

De sleutel van het zien door de mens

De sleutel van het zien door de mens is dat elke vorm, een Oorzaak in de eerste wereld van Eenheid heeft. Zonder deze sleutel zullen veel gebeurtenissen onverklaarbaar zijn en onverklaarbaar blijven in de tweede wereld. Echter zodra wordt teruggegaan naar de Oorsprong, naar de Eenheid, kan de Oorzaak van de vragen uit deze tweede wereld worden gevonden. Het Zevende gebod : “Gij zult niet Echtbreken” betekent ook dat de vorm in tweeheid en de daarin liggende Oorzaak vanuit Eenheid, niet apart moet worden gezien door de mens.

Op zichzelf is deze Eenwording (1) van een tweeheid (2) zinloos als de mens niet weet waarom eerst een tweeheid is gemaakt

Deze tweeheid is gemaakt ter spiegeling : de Eenheid drukt Zich Zelf uit in Zich Zelf. Hierdoor ontstaat een tweeheid (2) van vorm waarbinnen de Eenheid (1) Zich uitdrukt. Iemand die de mogelijkheid heeft tot Scheppen en weet dat daarmee het mooiste zal worden gegeven wat kan worden gegeven, zal dit doen om door zijn Schepsel aangezien te worden en om zijn Schepping te zien.

Dit spiegelen van Schepper en Schepping is de zin van deze tweewording (2)

Het is absoluut niet kwaadaardig bedoeld om iets in tweeën te breken, echter het is het mooiste wat kan worden geven. Dit doet er niets aan toe of af dat iets wat tweeheid (2) geworden is, val betekent en wegvlieden van de Oorsprong, maakte de tweeheid (2) en slechts Hij, God als Schepper maakt de tweeheid (2). De mens moet de tweeheid (2) van de wereld van de vorm tot Eenheid (1) maken. Zodra de mens ook de tweeheid (2) maakt, neemt de mens de plaats in van God als Schepper, en dan eet de mens dus van de Boom der Kennis, de Boom van Goed en Kwaad. Dan krijgt de mens ook het uiterlijk met alle andere gevolgen van de val en wordt de mens onaangenaam. Een mens kan en mag daarom slechts de 1 maken : de mens richt zich op de Eenheid (1) en niet op de tweeheid (2), de oppervlakkige vergankelijke wereld van vorm,energie-materie, tegenstellingen en veelheid.

De mens richt zich op de Eenheid, de Bron, God

De mens die zich richt op het tot Eenheid (1) brengen zal aan zijn bestemming voldoen. Slechts deze weg mag de mens gaan richting de Eenheid, de Bron, God. Zo niet, dan is de mens in val, doordat de mens zich richt op de tweeheid, de 2, en wordt de tweeheid zelf, wat letterlijk een doodlopend spoor is van disharmonie, onevenwicht, onbalans, ziekte en dan de fysieke dood. In Genesis, het Paradijsverhaal symboliseert en vertelt deze val door Adam en Eva doordat Eva de vrucht, de materie tot zich nam. Het Paradijs is de Drievoudige Universele, Eeuwige, Oneindige Uitdrukking van de Eenheid.

Alleen (=Alles is Een) God als Schepper, kon de tweeheid (2) maken en Hij moet de enige blijven, die de tweeheid (2) maakt. Al de andere Wezens moeten hun bestemming volgen en de Eenheid (1) maken. De mens die zijn levensweg gaat richtend op de Eenheid, is pas gelukkig, en slechts dan is de mens gelukkig. De mens die zich op de tweeheid (2) richt, is tijdelijk gelukkig daar de vorm vergankelijk en tijdelijk is. De Eenheid (1) is Universeel, Onvergankelijk, Oneindig en Eeuwig.

Een mens die zich op de Eenheid richt, kan niet anders dan gelukkig worden

Voor God is de Boom der Kennis, en niet voor de mens. Neemt de mens van de Boom der Kennis, dan is de mens in strijd met zijn bestemming, niet in Getrouwheid en is deze mens onaangenaam aangezien energie-materie leidend is voor deze mens. Een mens met dit karakter is onaangenaam, zal verworpen worden, hetgeen door deze mens wordt gedaan is vergankelijk en tijdelijk. Uiteindelijk zal deze mens falen, doordat de mens in val is, zich buitenspel zet van de Schepping door zich van de Bron, van God te verwijderen.

Zou de Eerste wereld van Onvergankelijkheid Zich aan ons voordoen in het karakter van val, dan zouden wij als mens haar afwijzen en de tweeheid zou Eeuwig blijven

Daarom kwam de list in de wereld. Het Wezen van de Eerste wereld, van de oude werelden was breuk en val, omdat deze Wezens zodanig waren. Hun verschijning in de tweede wereld van oppervlakkigheid, van vorm, energie-materie, tegenstellingen en veelheid, was als een Eenheid. Deze Wezens deden zich voor alsof deze Wezens het begin en het einde waren : de 1 die zich uitdrukt in de 2.

Omdat Zij zich als zodanig voordeden, werden Zij door ons mensen opgenomen en door ons meegevoerd naar deze tweede vergankelijke wereld van vormen, naar het einde van de Eenwording. Deze Wezens worden ook de gevallen Engelen genoemd. Het is een verzamelnaam voor alle Wezens, die dienend vanuit het Scheppingsplan, gekozen hebben voor de energie-materie, vorm en tweeheid (2). Deze Wezens kunnen alleen net als de mens de weg gaan van opklimming naar de Eenheid, naar de Bron (1).

In feite waren de oude werelden uitwerpselen en zou hun verschijning overeenstemmen met hun Wezen, dan zouden deze Wezens afschrikkend en afstotend werken. Daarom kregen de Wezens het kleed van Eenheid. Al het energie-materiele heeft, hoewel het tweeheid is, in haar verschijning de kracht van de Eenheid en daardoor wordt het verleidelijk, aanlokkelijk en wordt het aangenomen.

Verleiding in de tweede wereld om naar de eerste wereld te gaan

Hoe sterker de noodzaak om genomen te worden, des te groter is de kracht van de verleiding

Bijvoorbeeld eten dat gegeten wordt, smaakt goed, ruikt goed, lokt om opgenomen te worden. Zou dit niet gebeuren, dan zou de mens, redenerend vanuit de tweede wereld, vanuit het tweede deel van de wereld, zeggen dat dit alles gevallen is, zondig is, en verstoten is en zou dit niet willen nemen. Daarom kwam symbolisch de slang met list om genomen te worden en daarom was de Boom der Kennis, de Boom van Goed en Kwaad, zo verleidelijk om gegeten te worden. Dit alles is zo, omdat de mens, redeneert vanuit het vervolg en het begin, de Oorzaak niet kent.

Zou de mens het begin kennen, dan zou hij zich over alles erbarmen en alles nemen

Het Eenworden van de wereld houdt in, dat de mens de Oorsprong kent, in onze menselijke verschijningsvorm van de wereld van tweeheid (2), in de verschijning van deze Oorsprong in de Eenheid (1).

Eerbied voor de ouders en de Oorsprong (1)

Het feit, dat ieder mens ouders heeft, het vasthouden daaraan, brengt mede het vasthouden en contact kunnen krijgen met de Oorsprong. Daarom wordt het Zesde gebod van “eer de vader en de moeder” op de plaats gegeven waar steeds ook het gebod van eerbied en Heiliging voor de 7e dag wordt gegeven. De 7e dag is immers de dag in tweeheid, de Libra, welke Eenheid (1) moet worden. Deze Eenwording van de 7e dag, van de 7e wereld kan niet geschieden als er niet begrip bestaat voor de Oorsprong in het menselijke, dus ook eerbied voor alles wat voorheen was in alle werelden voor de 7de wereld. Als men de Eenheid (1) niet eert, kan de mens tweeheid (2) niet Heiligen.

Eerbied voor traditie, voor afstamming, voor het vroegere, voor het voorgaande is in deze 7de wereld van oppervlakkigheid, veelheid, tegenstellingen, energie-materie en vormen, noodzakelijk om de tweeheid (2) van deze wereld te Heiligen, te helen, dus tot Eenheid (1) te maken.

Dat is bedoeling en Zin van deze wereld.