Voorzienigheid in de Schepping
Voorzienigheid is de Schepping van God door Zijn Wil, Waarheid en Liefde te Delen met Zijn Zonen, de mensen en alle andere Schepselen. De Voorzienigheid houdt zeker niet in dat God al vooraf alle dingen voor ons mensen heeft besloten. God heeft ons als mens, Zijn Zoon daarvoor te lief, want dit zou niet minder dan Kosmische tirannie zijn van Hem en daarnaast zou de mens niet kunnen evolueren in het vergankelijke planetaire Aardse bestaan. De mens heeft relatieve vermogens tot keuze, zoals Jehaweh voor staat, als het Benodigde tot de mens komt. De Goddelijke Liefde is niet de kortzichtige genegenheid, die de mensenkinderen te veel zou toegeven en verwennen. God heeft namelijk ieder Schepsel lief als Zijn Kind, en die Liefde beschut ieder Schepsel door alle tijd en Eeuwigheid heen.
De Voorzienigheid functioneert met betrekking tot het Totaal en heeft te maken met de functie van ieder Schepsel voor zover deze functie verband houdt met het Totaal. De tussenkomst van de Voorzienigheid met betrekking tot enig Wezen is een aanwijzing van het gewicht van de functie van dat Wezen wat de evolutionaire groei van een bepaald Totaal aangaat. Een dergelijk Totaal kan het totale ras zijn, een totale natie, de totale planeet, of zelfs een hoger Totaal. Het is het gewicht van de functie van het Schepsel dat aanleiding geeft tot tussenkomst van de Voorzienigheid, niet de belangrijkheid van het Schepsel als persoon. Niettemin kan God de Vader, als Persoon, te allen tijde met Vaderlijke Hand tussenbeide komen in de stroom van de Kosmische gebeurtenissen, geheel overeenkomstig de Wil van God Zelf, in overeenstemming met de Wijsheid van God en gemotiveerd door de Liefde van God de Vader.
De Liefde van de Vader werkt rechtstreeks in het Hart van de individuele mens, onafhankelijk van de acties of reacties van alle andere mensen : de verhouding is altijd persoonlijk van de mens in Verbinding met God. De onpersoonlijke Tegenwoordigheid van de Godheid (God de Almachtig Allerhoogste en de Paradijs-Triniteit) legt zorg aan de dag voor het Geheel, niet voor een onderdeel.
Voorzienigheid van God de Allerhoogste
De Voorzienigheid van de Albeheersing door het Allerhoogst bewind wordt in toenemende mate duidelijk naargelang de successieve delen van het Universum vorderen in het bereiken van hun eindige bestemming, namelijk bestendigd worden in Licht en Leven. Dan treedt God de Allerhoogste in toenemende mate tevoorschijn als de bedoelingsvolle Correlator van al hetgeen duidelijk wordt, terwijl God de Ultieme geleidelijk tevoorschijn treedt als de transcendentale vereniger van alle dingen.
Voorzienigheid en de mens
Wanneer mensen in Gebed gaan om tussenkomst van de Voorzienigheid in de omstandigheden van hun eigen leven, is het antwoord op hun Gebed dikwijls hun eigen veranderde houding en hoedanigheid tegenover het Leven. De Voorzienigheid is niet willekeurig, en niet grillig of magisch. De Voorzienigheid is het langzame, zekere tevoorschijn treden van de Machtige Soeverein van de eindige Universa in ruimte en in tijd, God de Allerhoogste, wiens majestueuze Tegenwoordigheid door evoluerende Schepselen nu en dan wordt bespeurd op hun wegen van voortgang door de Universa. De Voorzienigheid is de veilige, zekere mars van de Galactische Stelsels in de ruimte en de persoonlijkheden uit de tijd naar de doeleinden van de Eeuwigheid, eerst in God de Allerhoogste, dan in God de Ultieme, en misschien in God de Absolute.
Er is echter een werkelijke, wordende Voorzienigheid in het eindige gebied van Universum bestaan, een ware, zich actualiserende correlatie van de energieën van de ruimte, de bewegingen van de tijd, de gedachten van het intellect, de idealen van het sterke karakter, de verlangens van Geestelijke naturen en de doelgerichte wilsdaden van evoluerende, menselijke persoonlijkheden. De aangelegenheden van de materiële gebieden vinden hun finale eindige integratie in de tegenwoordigheden van God de Allerhoogste en God de Ultieme, die in elkaar grijpen.
Wanneer het bewustzijn van mensen opklimt tot de Volmaaktheid van Goddelijkheidsniveaus door een vervolmaakte integratie met Geest, en wanneer God de Allerhoogste dientengevolge te voorschijn treedt als actuele Vereniger van al deze fenomenen in het Universum Nebadon, dan wordt de Voorzienigheid steeds beter waarneembaar. Sommige verbazingwekkend gelukkige omstandigheden, die zich van tijd tot tijd op de evolutionaire vergankelijke, werelden voordoen, zijn wellicht toe te schrijven aan de geleidelijk tevoorschijn tredende Tegenwoordigheid van God de Allerhoogste, een voorproefje van Zijn toekomstige activiteiten in het Universum Nebadon.
Het merendeel van de sterfelijke mensen Voorzienigheid zou noemen is dit echter niet. De beoordeling van deze zaken door de mens wordt zeer belemmerd door het ontbreken van een verziende visie op de Ware Zin en Bedoeling van zijn levensomstandigheden. Bijvoorbeeld : veel van wat een mens geluk noemt, zou in werkelijkheid wel eens ongeluk kunnen zijn : de glimlach van de fortuin die onverdiend gemak en rijkdom schenkt, is misschien de grootste ramp, die een mens kan overkomen; de schijnbare wreedheid van een pervers noodlot dat een lijdende sterveling met beproevingen overstelpt, is misschien in werkelijkheid het vuur dat het weke ijzer van een onvolwassen persoonlijkheid omsmelt tot het geharde staal van werkelijk karakter in deze persoonlijkheid.
Er bestaat een Voorzienigheid in de evoluerende universa en deze kan door mensen slechts worden ontdekt voor zover deze mensen de capaciteit hebben verworven om het doeleinde van de evoluerende Universa te zien. De volledige capaciteit om Universum Doeleinden te onderscheiden, staat gelijk aan de evolutionaire voltooiing van een mens en kan anders worden uitgedrukt als het bereiken van God de Allerhoogste binnen de beperkingen van de huidige staat van het onvolledige Universum Nebadon.
Voorzienigheid in het Koninkrijk Gods
Op een planeet van deze gevorderde orde is de Voorzienigheid een actualiteit geworden, de aangelegenheden van het Leven zijn gecorreleerd, echter dit komt niet alleen doordat de mens de materiële problemen van zijn wereld heeft leren beheersen. Het komt ook doordat de mens is begonnen te leven in overeenstemming met de tendens van het Universum. De mens volgt het Pad van het Allerhoogst Bewind om de Universele Vader te bereiken. Het koninkrijk Gods is in de Harten van de mensen, en wanneer dit Koninkrijk een actualiteit wordt in het Hart van ieder individueel mens op een gegeven wereld, dan is Gods Heerschappij op de planeet actueel geworden. En dit is de verworven soevereiniteit van God de Allerhoogste. Om de Voorzienigheid te realiseren in de tijd, moet de mens de taak van het bereiken van Volmaaktheid volbrengen.
De mens kan van deze Voorzienigheid in haar Eeuwigheidsbetekenissen reeds nu op dit Moment een voorproefje genieten, wanneer deze mens het Universum Feit overdenkt dat alle dingen, goed en kwaad, samenwerken voor de vooruitgang van Godkennende sterfelijke mensen op hun zoektocht naar de Vader van Allen. De Voorzienigheid wordt in toenemende mate waarneembaar wanneer de mensen vanuit het materiële omhoog reiken naar het Geestelijke. Het bereiken van de voltooiing van Geestelijk inzicht stelt de opgaande persoonlijkheid in staat Harmonie te bespeuren in wat daarvoor chaos was in het vergankelijk. Dit geldt ook voor mensen met Morontia vormen, die werkelijk een stap vooruit gaan in deze Richting.