Stof, atomische Stof uit het Eerste Stelsel
Stof, ook wel atomische Stof genoemd is de Geest van God van een vorige fase van het Zonnestelsel, het Eerste Zonnestelsel. Atomische Stof is negatieve energie dat uit de Bron komt dat bevrucht wordt met het Geestelijke uit dezelfde Bron.
God is Geest is Stof
Het is fysisch, het is energie-materie. Deze energie is derde Straals Energie en is uit de atomische Stof dat Geest is. De negatieve energie van de Stof is van het het Eerste Stelsel (vorige Zonnestelsel) en behoort niet tot het Zonnestelsel waarin de mens nu leeft, beweegt en haar bestaan heeft. Dat is namelijk in Stelsel II, het Tweede Stelsel.
Het Tweede Stelsel Wil tot verenigen van de Stof
In het Tweede Stelsel waarbinnen de mens leeft, bestaan heeft en handelt, is de fundamentele Tweede Straal Energie uit de Tweede Bron de Wil van de Schepping om te verenigen, tot samenvoegen, om samenhang en onderlinge aantrekkingskracht teweeg te brengen, en verhoudingen te grondvesten vanuit Verbinding. Daarnaast stoot het dat af wat niet tot het Brandpunt in de kern behoort en het stoot af dat wat de samenhang in de weg staat om de samenhang meer tot Eenheid te vormen.
De Wet van Aantrekking en Afstoting komt in werking vanuit dat Punt van Verbinding en trekt vanuit Verbinding dat aan in de Stof dat nodig is om te vormen. Stof en stoffelijke bestandsdelen is de grondslag waaruit de vormaard is samengesteld van alle energie-materie. Zo wordt het Tweede Stelsel, gevormd met Alle Wezens gevormd met onderlinge verhoudingen opgebouwd vanuit de Stof.
In de Scheppingsdaad van God is wel door de Planeetlogos Aarde de Stof uit het vorige Stelsel toegeëigend om planeet Aarde te vormen. Zo wordt het Zonnestelsel (Stelsel II) voort gebouwd op het vorige Stelsel I met de bedoeling om de Stof uit het vorige Stelsel volledig te absorberen.
Stof en Geest als achterliggende krachten
De mens als Wezen, als Brandpunt tussen Geest en Stof, als Ziel met haar etherisch lichaam, maakt gebruik van de persoonlijkheid wat bestaat uit een drietal lichamen gebruikmakend van de planetaire Stof van Moeder Aarde, wat atomische Stof is van het vorige Stelsel. Moeder Aarde leeft en beweegt, en de mens en Mensheid maakt het denkvermogen van deze planeet. Doordat de Aarde leeft en beweegt, wordt de mens voortgedreven door de kracht van deze evolutie zelf om met de omstandigheden en de wetten van de natuur en met de eigen lichamen om te gaan wat haar grondslag heeft in de atomische Stof. Het is de energie van de huidige Stof van de Heilige Geest dat de mens voed.
De negatieve energie van grove Stof gebaseerd op atomische Stof heeft een naar buiten geprojecteerde werkzaamheid. Het zijn automatische reacties van het uiterlijk stoffelijk omhulsel in de vorm. Het is het dichtste punt van Eenheid in de Stof. Het laagste aspect van Synthese : vereenzelviging met de vorm, met de Stof. Het is deze negatieve energie van het vorige Zonnestelsel (Stelsel I) waardoor kwaad in de wereld is wat moet worden geabsorbeerd door het nieuwe Tweede Stelsel gebaseerd op de Tweede Straals Energie van Liefde en Wijsheid.
Daarnaast zit in de mens een aangeboren voorwaarts drijvende drang naar grotere omvattendheid door de energie van de Tweede Straal. Dit vermogen is te vinden in alle levensvormen in alle rijken om voort te gaan naar deze grotere omvattendheid, van rijk tot rijk overgaand is dit zich ontplooiend proces. Elk mens bezit deze drang, dit proces van ontplooiende omvattendheid om zicht te richten op Licht en Liefde. Echter vaak wordt het verward met de drang om te overleven daar de mens gericht op de energie-materie of vormaard vaker in dat soort situaties terecht komt waarin de mens een uitweg moet vinden.
De negatieve invloed en aspect van Stof via het Benodigde dat tot de mens komt, wordt getransformeerd door de positieve vereisten van de Ziel. De drie lichamen van de persoonlijkheid vormen zich met de Ziel in ontwikkeling en groeit mee, waaronder het mentale lichaam. De Godsvonk, de Monade ontvangt de mentale stof als terugkoppeling van de Ziel. De mens reikt uit naar de Godsvonk, naar de Monade, reikt uit richting God, zodat de God via de Godsvonk, de Monade richting de mens uitreikt.
Zo is de mens Eén met en staat de mens tussen God, Geest en de Stof.