Een overdenking:
God, de Onnoembare Alles Omvattende Kracht, haalt adem en Zijn pulserend Leven gaat van het Goddelijk Hart uit en manifesteert zich als vitale energie van alle vormen, gebieden, vlakken en werelden. Het vloeit, terwijl het in zijn cyclussen pulseert, door de gehele natuur en natuurrijken heen. Dit is de Goddelijke in- en uitademing.
Tussen het uitademen en inademen komt er een periode van meditatieve stilte (pralaya) en het ogenblik van daadwerkelijk werk. Via Meditatie kan de mens in lijn met deze in- en uitademing komen.
De werkzaamheid van het Universele Denkvermogen en zijn veelomvattend doel kunnen slechts worden waargenomen, wanneer iedere mens als Zoon Gods bewust zijn Goddelijke deel aanvaardt. De wijze van werken, waardoor het planeet-Leven de cyclussen van stilte benut, gaat enkel Hem aan. Iedere Planeet-logos heeft een andere harteklopt, een andere periodieke tussenperiode en Zijn Eigen unieke wijze van werken. Zo ook onze planneet Moeder Aarde.
De Discipel benut deze tussenperiode tussen de in- en uitademing om zo planeetgevangenen te bevrijden als doel van alle magisch werk.