De voornaamste eigenschap van de Zoon van God is de toestand aannemen en kweken van “geen schade doen” of “geen-schade-doen”. In principe is een Zoon van God Aanwezig, in een status van Zijn en doet niets. En als de Zoon van God iets moet doen, wordt dat gedaan om-niet zonder enige schade te doen.
In deze toestand van “geen-schade-doen” waarin de mens geen woord spreekt, dat een ander mens kan schaden. Het is geen gedachte, die vergiftigen kan of misverstand kan veroorzaken en geen handeling verricht, die de minste van zijn Broeders kwaad zou kunnen berokkenen. Dit is de voornaamste eigenschap en valkuil die de Aspirant moet aankweken en gaan leven. Het is noodzakelijk om de weg van Zelfverwerkelijking veilig af te leggen, te handelen in de wereld en een noodzaak om zuiver richting Discipelschap te ontwikkelen en groeien.
Geen schade doen effect de weg voor de instroming van Leven. Geen schade doen ruimt de belemmeringen welke de uitstorting van Liefde tegenhouden, uit de weg. Geen schade doen is de oplossing voor de lagere aard van de mens te bevrijden uit de greep van de Grote Illusie en uit de macht van zichtbaar bestaan.
Wanneer de nadruk op het dienen van de medemens is gericht, dan wordt deze mens voor de gevaren behoed en kan de Aspirant veilig Mediteren, omhoog streven en werken. De motieven zijn dan zuiver. De Aspirant tracht de persoonlijkheid te decentraliseren en het brandpunt van zijn belangstelling weg van zich Zelf naar de groep te verplaatsen. Daardoor stroomt het Leven vanuit de Ziel door de Aspirant heen en kan zich als Licht en Liefde tot alle Wezens uitdrukken. De Aspirant weet zich een deel van het Geheel. Het Leven van dat Geheel kan bewust door deze mens heen stromen, deze mens het besef geven dat alle mensen Broeders zijn en dat deze mens één is met betrekking tot alle gemanifesteerde Levens.