Externe beperkingen honger, angst en vrees voor de primaire mens
Sinds de mens als primaat in de vergankelijke wereld van het aardse bestaan tracht te overleven, kent de mens honger, angst en vrees. Angst, vrees en honger zijn externe beperkingen van tijd en ruimte waardoor de sub-Geestelijke keuzemogelijkheid van onontwikkelde stervelingen wordt ingeperkt. Honger komt vanuit begeerte van het stoffelijk lichaam van de mens. Deze dierlijke angst en vrees neemt een grote plaats in het mentale leven van de gemiddelde bewoner op aarde in. De mens heeft deze primaire externe beperkingen nodig voor de ontwikkeling op de levensweg en om de boeien en ketenen van angst en vrees af te schudden. Echter iedere beperking die te boven wordt gekomen, wordt vervangen door een nieuwe, vrijwillig op zich genomen beperking, conform de morele ingevingen van de groeiende menselijke kennis en wijsheid van de mens. Zo evolueert, ontwikkelt en groeit de mens als weg door de levensweg volgend.
Angst en vrees beperkt en ketent de mens
Angst en vrees leidt tot ketenen en gevangenschap van gedachten, emotionele beperkingen en leidt uiteindelijk tot lijden. Trots weerhoudt de mens om de angst en vrees te doorbreken en staat grotendeels de evolutie van de mens in de weg. De mens in deze zal door de knieën moeten om deze angsten en vrees onder ogen te zien, te trotseren, weten hoe ermee om te gaan en op te lossen. Dit kan een vrijwillige keuze zijn van de mens, echter soms wordt de mens gedwongen door het Geheel op de knieën te gaan en dan vormt zich vaak een crisis. Deze mogelijkheid van Kosmische Zelf-vernietiging vanuit de Eerste Straals Energie is niet te vermijden en geldt voor elk Wezen. Als de evoluerende persoonlijkheid van de mens in ontwikkeling waarlijk vrij moet zijn in het uitoefenen van zijn eindige wil, dan is de mogelijkheid om (een deel van) de persoonlijkheid te vernietigen, niet te vermijden voor deze mens. Keuzevrijheid of niet, Het Geheel maakt in deze de keuze voor het beste voor deze mens.
Angst en vrees is vaak voor het onbekende, voor natuurverschijnselen, voor krachten en machten buiten zich Zelf. De grootste angst van de mens is voor God. Alles is geschapen door God in de Schepping, dus waarom moet een geschapen levend sterfelijk Wezen bang zijn voor een ander levend Wezen en voor God?
Alleen de mens kan dat denken en ervaren, die zich van God afsluit
Het feit van de menselijke ervaring is namelijk dat de mens, van nature vreesachtig en achterdochtig, begiftigd met een aangeboren, sterk instinct tot zelfbehoud en hunkerend naar overleving na de dood is. De mens is bereid om zijn hoogste belangen in zijn huidige en toekomstige leven geheel toe te vertrouwen aan de zorg en leiding van die macht en persoon die deze mens door zijn geloof aanduidt als God.
Handreiking hoe mee om te gaan
Als je wordt gewezen op angsten en vrees, dan is het zinvol direct te stoppen met dat wat je aan het doen bent. Vervolgens neem direct een moment van aanschouw, wordt bewust, maak contact met de angst en vrees, zie wat en waarom je angstig wordt en vreest, geef het aandacht, omarm liefdevol, absorbeer met dat wat is en laat het zo oplossen.
Dit proces kan erg lastig zijn, echter het bovenstaande genoemde werkt het beste. Alle stukken die je als mens in dit leven hebt te leren en te doorleven waaronder angst en vrees, blijven terug komen totdat je er niet meer op reageert en weet hoe ermee om te gaan. Het Benodigde wordt spiraal cyclisch aan je opgediend op de levensweg.
Leef vanuit geloofsvertrouwen als een Zoon van God, dan is de vrees niet de bondgenoot, alleen Liefde, dus niets is te vrezen.
Zoon des Mensen als voorbeeld voor de Mensheid
Yeshua, Jezus was altijd een zelfverzekerde persoonlijkheid. Ook zijn vijanden koesterden een heilzaam respect voor Hem en waren zelfs bevreesd in Zijn Tegenwoordigheid. Yeshua was onbevreesd. Hij was vol Goddelijk enthousiasme, echter werd nimmer fanatiek. Zijn emoties waren levendig, echter nooit vluchtig. Hij was vol verbeeldingskracht, echter altijd praktisch. Hij zag de Werkelijkheid van het Leven eerlijk onder ogen, echter was nooit saai of prozaïsch. Hij was moedig, echter nooit roekeloos, voorzichtig echter nimmer lafhartig. Hij was vol medegevoel, echter niet sentimenteel : uniek, echter niet excentriek. Hij was Godvruchtig, echter geen zeurder en klager. En hij was zo Oprecht en evenwichtig, omdat Hij zo volmaakt geünificeerd was. Hij legde de nadruk op Liefde en Barmhartigheid, in plaats van vrees, angst en offeranden. Onbevreesd zag Hij de Werkelijkheden van het Bestaan onder ogen, toch was Hij vol enthousiasme voor het evangelie van het Koninkrijk Gods, Leefde dat voor en Toonde Dat.
Betrouwbare Geestelijke Kracht : Geheimnisvolle Mentor, de Gedachtenrichter
Door de machtige en ontzagwekkende kracht van valse vrees heeft de primitieve religie de bodem van het menselijk verstand gereedgemaakt voor de schenking van een betrouwbare Geestelijke Kracht van Bovennatuurlijke Oorsprong : de Gedachtenrichter. De Gedachtenrichter is de Goddelijke Ouder van je Werkelijke Zelf, je Hogere, vorderende Zelf, je betere morontiale en toekomstig Geestelijke Zelf. Slechts in de Geestelijke zin is de mens een Kind van God. Dit klopt daar de mens in zijn huidige staat slechts in Geestelijke zin wordt begiftigd door, en inwoning geniet van de Paradijs-Vader : een deel van de Persoonlijkheid God Zelf is de Gedachtenrichter. De Goddelijke Gedachtenrichters hebben zich sindsdien immer ingespannen om de vrees voor God om te vormen tot liefde voor God. De evolutie van de mens en Mensheid moge dan langzaam gaan, echter de evolutie is feilloos doeltreffend.
Alle fysische vergiften hebben een sterk remmende werking op de pogingen van de Gedachtenrichter om het materiële bewustzijn van de mens te verheffen, terwijl de mentale vergiften zoals vrees, angst, boosheid, trots, afgunst, jaloezie, achterdocht en onverdraagzaamheid, de Geestelijke vooruitgang van de evoluerende Ziel eveneens enorm tegenwerken, zo niet tot stilstand brengen met disbalans en waarschijnlijk ziekte en uiteindelijk de dood tot gevolg.
Echter al dit is noodzakelijk in een progressief leven van Zelfverwerkelijking van de mens met daarin de coördinatie van natuurlijke neigingen, het aan de dag leggen van weetgierigheid en vreugde in een redelijke mate van avontuur, het ondervinden van gevoelens van voldoening, het functioneren van de prikkel van angst en vrees, die maakt dat de mens oplettend en waakzaam blijft, de aantrekking van het verwonderlijke, en een normaal besef van eigen kleinheid, nederigheid als grootsheid.
Innerlijke ervaring en daarop vertrouwen is de sleutel
De voorbijgaande, steeds wisselende emoties van vreugde en verdriet zijn hoofdzakelijk zuiver menselijke, materiële reacties op de innerlijke psychische klimaat en de uiterlijke materiële omgeving van de mens. Reken er daarom niet op dat de Gedachtenrichter troost biedt en bemoediging zal geven waarnaar de mens als zelfzuchtig sterveling verlangt. De taak van de Gedachtenrichter is de mens voor te bereiden op het Eeuwige avontuur, de overleving van deze mens zeker te stellen van het Eeuwige Leven. Het is niet de missie van deze Geheimnisvolle Mentor om verstoorde gevoelens glad te strijken of de gekrenkte trots te strelen. Wat de aandacht van de Gedachtenrichter heeft en diens tijd in beslag neemt, is het voorbereiden van de Ziel op de lange opklimmingsloopbaan.
De Gedachtenrichters zouden de emoties van angst en vrees graag willen veranderen in gevoelens van het Liefdes Beginsel en vertrouwen. De Gedachtenrichters kunnen zoiets echter niet werktuiglijk en eigenmachtig doen : dit is immers de taak als mens op de levensweg om uiteindelijk tegen over de Gedachtenrichter te komen zitten en God gelijk, Goddelijk te worden.
Trotseer de angst en vrees
Wanneer de mens beslissingen neemt die de boeien, ketenen en kettingen van angst en vrees bevrijden, zorgt deze mens letterlijk voor het psychische draaipunt waarop de Gedachtenrichter vervolgens een Geestelijke hefboom kan toepassen om de mens op te heffen en steeds meer te verLichten. De mens Zelf is dan meer ontsloten naar zich Zelf waardoor de Gedachtenrichter dichter bij deze mens komt.
De belangrijkste prestatie in het leven van een opklimmend, sterfelijk mens is het bereiken van Ware, Begripvolle Toewijding aan de Eeuwige Doeleinden van de Goddelijke Geest, die binnen het bewustzijn van de mens wacht en werkt. Een toegewijd, vastberaden pogen om elk mens Eeuwige bestemming te verwezenlijken, laat zich echter heel goed verenigen met een onbezorgd en blijmoedig leven en met een geslaagde, eervolle loopbaan op aarde. Samenwerking met de Gedachtenrichter brengt geen zelfkwelling met zich mee, geen voorgewende vroomheid of hypocriet vertoon van zelfvernedering : het ideale Leven is meer een Leven van Liefdevol dienen, in plaats van een dagelijks bestaan vol zorg, angst en vrees.
Als de mens ontdaan zou zijn van het grofstoffelijke materiële lichaam en deze mens een Geest-gedaante, een morontia lichaam zou worden gegeven, zou de mens in vele persoonlijkheidskenmerken dichtbij de Engelen staan. Een mens en een Engel zijn dan nagenoeg gelijk aan elkaar. De Engelen delen de meeste van de emoties en hebben er zelfs nog enkele meer. De enige emotie die de mens kan drijven en die voor de Engelen ietwat moeilijk te begrijpen is, is de erfenis van dierlijke primaire angst en vrees, die een grote plaats inneemt in het mentale leven van de gemiddelde bewoner op planeet Aarde. De Engelen kunnen werkelijk moeilijk begrijpen waarom hogere intellectuele vermogens van de mens, zelfs van het religieus geloof, zo hardnekkig laat beheersen door angst en vrees en zo volkomen laat demoraliseren door de gedachteloze paniek van ontzetting, angst en vrees.
Leef met geloofsvertrouwen als een Zoon van God, dan is de vrees niet de bondgenoot, alleen Liefde, dus niets is te vrezen.